(G)een koekje?

Ik herinner me een verjaardag van mijn oma waarop ik als zesjarige kleindochter mocht rondgaan met de koekjes. Ik liep keurig met de schaal van gast naar gast en ieder zocht iets lekkers uit. Het liep allemaal vlekkeloos, totdat ik bij een dame kwam die “Dankjewel” zei, maar nog niets had gepakt. Dat was vreemd. Ze had zich vast vergist dacht ik en dus bleef ik voor haar staan met de schaal. Opnieuw zei ze: “Dankjewel”, zonder een koekje te pakken. Ik snapte er niets van: ze was vriendelijk, had niets gepakt en zei tóch ‘dankjewel’. Misschien had ze slechte ogen en dus duwde ik de schaal nog wat dichter onder haar neus. Mijn moeder zag het en schoot me te hulp: “Deze mevrouw hoeft geen koekje, ga maar door naar de volgende.” Er werd hartelijk om mij gelachen. Ik voelde me zo opgelaten, dat het me zoveel jaar later nog heel helder voor de geest staat.

Toen ik dit verhaal onlangs vertelde moest ik denken aan de opleiding Neurolinguïstisch Programmeren (NLP) die ik vijftien jaar geleden volgde. Daar verkondigde een trainer dat het -wel of niet- overkomen van je boodschap als je met iemand in gesprek bent, maar voor 7 procent wordt bepaald door de woorden die je kiest. Lichaamstaal en intonatie nemen met respectievelijk 55 en 38 procent het leeuwendeel voor hun rekening. Ik vond het een intrigerend verhaal dat bijna de belofte van wereldvrede in zich droeg. Gaan niet vrijwel alle ruzies en oorlogen over onbegrip? Ik besloot het na afloop van de opleiding eens nader uit te pluizen en stuitte op Albert Mehrabian, de wetenschapper die verantwoordelijk is voor het onderzoek met deze uitkomsten. En toen bleek dat mijn NLP-trainers wel wat erg vrij hadden geciteerd uit zijn werk, door wel de cijfers, maar niet de context van zijn onderzoek over te nemen. De gemeten uitkomst blijkt namelijk alleen op te gaan als de zender zijn boodschap niet congruent brengt en dus iets anders zegt dan de toon en/of lichaamstaal doen vermoeden. Bovendien richtte zijn onderzoek zich alléén op het overbrengen van gevoelens en opvattingen.

Een voorbeeld:
Iemand vraagt aan mij: “Hoi Corine, hoe gaat het met je?”
Ik antwoord: “Het gaat uitstekend met me.” Ik lach er bij en knik eventueel ondersteunend met mijn hoofd en heb het op een vrolijke toon gezegd. Boodschap, lichaamstaal en toon zijn congruent.
Nu het geval dat ik éigenlijk wil zeggen dat het helemaal niet goed met me gaat, maar dezelfde tekst gebruik. “Het gaat uitsteeeeeekend met me”, zeg ik, terwijl ik nee schud, een cynische toon gebruik en met mijn ogen rol. De goede verstaander pikt dan zonder moeite op dat het helemaal niet goed met me gaat. In dat geval spelen de woorden dus die kleine rol van 7%. So much voor het wenkend perspectief van de wereldvrede…

Maar waar ging het nu mis toen ik rondging met de koekjes? De dame in kwestie gebruikte maar één woord, namelijk ‘dankjewel’. Haar gezicht en toon waren vriendelijk. Een congruent geheel zou je zeggen. Behalve dan dat belangrijke aspect dat ik niet snapte waarvoor ze mij bedankte! In de theorie van Mehrabian was het voor mij als kind waarschijnlijk makkelijker geweest als ze ‘nee’ had geschud terwijl ze me bedankte. Toen mijn oma later die middag vroeg of ik langs wilde gaan met de zoutjes, heb ik daar overigens vriendelijk voor bedankt. Of ik toen de rollende ogen al in mijn repertoire had, ben ik helaas vergeten.

Geschreven door

5 Comments

  • Frederiek

    Leuk! En jammer van die wereldvrede

     
    • corine

      Ja hè…

       
  • Charles Hubert Jansen

    hai Corine
    een meer schattig verhaal over zenden en ontvangen en de voelbare teleurstelling die je als kind ervoer.
    wel een beetje apedagogisch van die nee dank je wel….zegger.
    … er zit veel laagjes messages in dit verhaal,
    dank voor feestelijk kleurrijk huiskamerbeeld en optimistsiche beeld in van het opgewekte meisje
    … ik kan niet goed tegen /ik heb moeite met nee= zeggers
    liefs Charles

     
    • corine

      Ja, ‘ja’ is veel fijner!

       
  • Wim Antonissen

    Prachtige voorbeelden. Zeer herkenbaar. Dagelijkse praktijk.